Buiten de bebouwde kom gelden de volgende verkeersregels:
# Als je een stad of een dorp inrijdt, zie je dat aan een bord met een plaatsnaam. Als je dat bord gepasseerd bent, ben je in de bebouwde kom.
# Als je een stad of dorp weer uitgaat, passeer je een bord met een schuine rode streep door de plaatsnaam. Dan ben je buiten de bebouwde kom.
# Buiten de bebouwde kom, moet je voorrang krijgen van de bus, die bij de halte weg wil rijden.
# Auto's mogen op een weg buiten de bebouwde kom harder rijden. Houd daar rekening mee.
# Buiten de bebouwde kom en in dorpen kun je te maken krijgen met landbouwverkeer.
# Als je op een onverharde weg rijdt, moet je voorrang geven aan het verkeer dat op een verharde weg rijdt.
# Geen stoep? Dan loop je op het fietspad. Geen fietspad? Dan loop je aan de kant van de weg.
